T 576

P. Krishna

Besant Hall 25.5.2003

Wetenschap en religie.

 

Goede morgen vrienden,

 

Gisteren hebben wij gezegd dat de meeste problemen waar we overal in de wereld mee geconfronteerd worden, teruggevoerd kunnen worden tot de eenzijdige† ontwikkeling van het menselijke denkvermogen, dit is buitengewoon geleerd en kundig op het gebied van kennis en wetenschap maar heeft erg weinig inzicht in zichzelf. Vanmorgen wil ik op deze kwestie ingaan; kan men tegelijkertijd een denken hebben dat zowel wetenschappelijk als religieus is? Uiteindelijk zijn zowel wetenschap als religie altijd het grote doel van de zoektocht van de mensheid geweest. Wetenschap is onze zoektocht om de orde die zich in de buitenwereld om ons heen manifesteert te begrijpen en religie is onze zoektocht† om de orde in de innerlijke wereld van ons bewustzijn te ontdekken.

Op de een of andere manier is er in de samenleving een gevoel ontstaan† dat wetenschap tegenstrijdig is met religie en daarom heeft men ervoor gekozen om in het onderwijs wetenschap te bevorderen en religie te laten vallen.

Ik wil vanaf de grondbeginselen onderzoeken of er werkelijk een tegenstelling is tussen wetenschap en religie, of dat het een gevoel is dat zich heeft ontwikkeld omdat we zowel aan de wetenschap als aan religie nogal beperkte definities geven.† Daarom vraag ik mij af: waar kwamen die vandaan? En het lijkt mij dat zij een gemeenschappelijke oorsprong hebben, die in de drang tot onderzoeken ligt die inherent is aan het menselijk bewustzijn. Het menselijk bewustzijn is misschien het eerste in de loop van de evolutie, dat deze eigenschap tot onderzoeken heeft. Als er nu een paar druppeltjes van het dak zouden vallen, dan is de eerste vraag die we zouden stellen; wat gebeurt hier waar komt dat vandaan? Er is niet altijd een motief of een bedoeling waarom we iets onderzoeken. Als we onszelf de vraag stellen waarom het menselijk bewustzijn het vermogen tot onderzoek bezit, kunnen we dat niet beantwoorden. We hebben het als deel van de natuurlijke orde. Mensen hebben vragen gesteld als: waarom komt de zon op en gaat zij onder? waarom worden zaadjes bomen? waarom is de hemel blauw? waarom zijn er zo veel verschillende vormen van leven?† Onze pogingen om deze vragen te beantwoorden hebben geresulteerd in wat we wetenschap noemen.

Op dezelfde manier moet de mens gevraagd hebben: wat is het doel van het leven? wie ben ik? is er iets na de dood? waarom is er geweld in ons bewustzijn? is het mogelijk een eind aan verdriet te maken? Vragen die de innerlijke wereld van ons bewustzijn betreffen. Onze pogingen om antwoorden op deze vragen te vinden hebben de religieuze zoektocht in het leven geroepen.† Het lijkt mij dus dat zowel wetenschap als religie een gezamenlijke oorsprong hebben. En heel lang is er geen scheiding tussen die twee geweest. Men zag dat een geleerd mens, geleerd was in zowel wetenschappelijke als religieuze onderwerpen. Ik denk dat deze verdeling begon in de tijd van Galileo, toen enkele van zijn uitvindingen tegenstrijdig waren aan de gelovige opvattingen van de Christelijke Kerk† en de Kerk hem daarvoor vervolgde? En sinds die tijd hebben we op de een of andere manier niet echt meer naar deze kwestie gekeken, omdat we religie met geloof verward hebben. En natuurlijk wil de wetenschap geloof niet aanvaarden, omdat de wetenschap in essentie een onderzoek is naar dat wat waar is.† Dat heeft dus het gevoel van tegenstrijdigheid geschapen tussen wetenschap en religie.

We zijn enorm vooruit gegaan in het wetenschappelijk onderzoek, maar we zijn achter gebleven in het begrijpen van onszelf, en dat is de essentie van religie. Wij zagen de afgelopen twee dagen dat er erg weinig wijsheid is zonder zelfkennis en zonder wijsheid is er geen orde in het bewustzijn en daarom is er erg weinig deugd, die ten slotte de essentie van alle religies is. We moeten dus onderzoeken waarom we zo enorm vooruit zijn gegaan in de wetenschappelijke zoektocht, maar achter gebleven zijn in de religieuze zoektocht, en dat heeft de onevenwichtige ontwikkeling van het menselijke denkvermogen veroorzaakt en die is, zoals we al gezegd hebben, verantwoordelijk voor de problemen waar we vandaag de dag in de samenleving mee geconfronteerd worden.

Laten we eerst eens kijken naar de ontwikkeling van de wetenschap. De wetenschap bestaat omdat er een enorme ordening in de natuur is. Er zijn duidelijke oorzaak en gevolgrelaties. Als er geen ordening in de natuur was en de natuur niet volgens universele wetten functioneerde, zou er geen wetenschap kunnen zijn. De ordening in de natuur bestaat al en daarom hoeven we alleen maar de verschijnselen te observeren en de ordening die zij volgen te ontdekken. De wetenschapper schept de ordening niet. De wet van de zwaartekracht was er al voordat Newton er was en† is ook gebleven na het overlijden van Newton. Hij ontdekte die alleen en hij ontdekte de wiskundige vorm waarin deze uitgedrukt kan worden. En we kunnen door boeken te lezen zien wat hij tijdens zijn leven deed en studenten kunnen dit in twee of drie jaar leren en erop vertrouwen. De vooruitgang van de wetenschap heeft dus een toegevoegde waarde evenals de ontwikkeling van kennis.

In de religieuze zoektocht speelt kennis niet dezelfde rol. We kunnen lezen wat Jezus zei of wat de Boeddha zei, maar dat openbaart de werkelijkheid niet voor ons en het intellectuele begrijpen van de waarheid beÔnvloedt het bewustzijn niet. Ook bestaat er in het menselijk bewustzijn geen orde; het moet ontdekt worden door het beŽindigen van wanorde. En kennis helpt ons niet die wanorde te beŽindigen. We hebben gisteren gezien dat je een diep inzicht moet hebben in wat waar is en wat niet waar is om het bewustzijn te bevrijden van wanorde. Niet dat er geen inzicht nodig is in de wetenschap. Voor iedere nieuwe ontdekking in de wetenschap is ook inzicht nodig. Maar nadat deze is ontdekt, kan het aan anderen onderwezen worden in de vorm van wiskunde of logica. En hoewel anderen misschien niet hetzelfde inzicht hebben als de ontdekker had, kunnen zij de formule gebruiken en de formule werkt. Ingenieurs gebruiken dus die formules die wetenschappers hebben ontwikkeld en zij bouwen bruggen en maken autoís, zonder noodzakelijker wijs een diep inzicht te hebben in de bron van waaruit de formule voortkomt.† Maar in de religieuze zoektocht is dit anders: als je geen inzicht hebt, heb je helemaal niets, omdat de formule niet werkt! Wat je nodig hebt is het ordenen van het bewustzijn en niet alleen maar een formule die je vertelt wat je wel en niet moet doen in het leven. En het lijkt mij dat daarin de fout ligt die we in alle religies en culturen gemaakt hebben.

Zoals er grote wetenschappers waren, zoals Einstein, Galileo en Darwin, zo zijn er ook grote religieuze persoonlijkheden in iedere cultuur, in elk deel van de wereld geweest, die de deugd† in hun eigen bewustzijn ontdekten en erover spraken met de mensen om hen heen. Maar de mensen om die persoonlijkheden heen, bouwden een kerk rond deze persoon i.p.v. zelf uit te zoeken wat de leraar bedoelde en dit grondig te onderzoeken, zij verspreidden zijn leer en organiseerden een systeem van wat je wel en niet mocht doen en dat werd de geÔnstitutionaliseerde godsdienst. Volgens mij zijn de geÔnstitutionaliseerde godsdiensten dus het nevenproduct van de religieuze zoektocht en de fout die we gemaakt hebben is, dat we het nevenproduct beschouwen als religie. Op de zelfde manier zijn de techniek en technologie de nevenproducten van de wetenschappelijke zoektocht en niet het doel ervan. Dit werd in een lezing prachtig toegelicht door Faraday toen hij de wetten van het elektromagnetisme ontdekte. Hij toonde zijn ontdekking in een grote hal door een magneet tegen een metalen spiraal aan te drukken, zo liet hij zien dat er een stroom in de spiraal stroomt die een galvanometer doet uitslaan. Het was een totaal nieuwe ontdekking van een verbinding tussen magnetisme en elektriciteit. Aan het eind van zijn lezing stond iemand op en vroeg: ĎDit is allemaal goed en wel, maar wat is het nut er van?í En zijn antwoord, dat klassiek geworden is in de geschiedenis van de wetenschap, was: ĎHet is een pas geboren kind, wat voor nut heeft een pas geboren kind?í De wetenschapper ontdekt de waarheid over de natuur niet om autoís en vliegtuigen te maken. Het nut van deze kennis of deze ontdekkingen voor de mens is een heel andere zoektocht. Technologie is niet het doel van de wetenschap; technologie is een nevenproduct van de wetenschap. Het lijkt mij dat de verschillende geÔnstitutionaliseerde godsdiensten op dezelfde manier een nevenproduct zijn van de religieuze zoektocht. Zij zijn niet de reden voor de religieuze zoektocht.

Jammer genoeg zijn we in de religieuze zoektocht niet erg intelligent geweest. Als mensen in de wetenschappelijke zoektocht dezelfde fout hadden gemaakt en een tempel voor Newton hadden gebouwd en hadden gezegd: wij zijn aanhangers van Newton en wij gaan zijn boodschap verspreiden ; en een andere groep mensen had dat gedaan voor Einstein, zouden wij hen dan aanvaard hebben als wetenschappers? We zouden hebben gezegd: ĎWat heb je begrepen van de natuur?í Zonder een diepgaande kennis van de natuur, ben je geen wetenschapper. Maar bij de religieuze zoektocht, zijn wij erg lichtgelovig geweest. Wij† stellen geen eisen ten aanzien van orde in het bewustzijn. We aanvaarden een mens als religieus als hij een bepaalde kleding draagt, enige ceremoniŽn uitvoert en kennis heeft van de geschriften, dat betekent dat wij alleen afgaan op de uiterlijke vorm† en geen eisen hebben ten aanzien van de bezieling van de religie. Het lijkt mij dat het fout is geweest om religie als gelijkwaardig aan geloof te beschouwen. En dat heeft deze verdeeldheid tussen wetenschap en religie veroorzaakt.

Eigenlijk zijn het twee complementaire zoektochten naar waarheid. Wetenschap is onze zoektocht naar het ontdekken van de waarheid over hoe de natuur functioneert en religie is onze zoektocht naar het ontdekken van de waarheid en het beŽindigen van de illusie in ons bewustzijn. Met het beŽindigen van de illusie is er het beŽindigen van de wanorde in het bewustzijn en het ontdekken van een natuurlijke orde. De religieuze zoektocht kan dus ook beschouwd worden als onze zoektocht naar de betekenis van het leven met een bewustzijn dat in harmonie is met de natuurlijke orde. Niet een orde die geformuleerd en geschapen is door onze eigen geest; niet een orde die een blauwdruk is voor handelen, maar een natuurlijke orde, die ontstaat door het beŽindigen van wanorde. Deze zoektocht is moeilijker dan de wetenschappelijke zoektocht: ten eerst omdat de orde nog niet bestaat, ten tweede omdat kennis ons hier niet veel helpt en ten derde omdat degene die waarneemt niet los staat van hetgeen wordt waar genomen.

Als we in de wetenschap de natuur waarnemen, staat de waarnemer los van hetgeen hij waarneemt. Natuurlijk kunnen de emoties en persoonlijke voorkeur van een wetenschapper† zijn waarneming beÔnvloeden en kan hij bepaalde feiten zien die zijn theorie ondersteunen en andere feiten die tegen zijn theorie ingaan niet willen zien. Maar andere mensen die hetzelfde experiment doen en de resultaten van deze wetenschapper controleren zullen snel deze fout corrigeren.

Dus uiteindelijk is de wetenschap onafhankelijk van de waarnemer, maar dat is ook de beperking van de wetenschap, omdat het de waarnemer niet kan bestuderen! Het is een vorm van universele waarheden, die onafhankelijk van de ontdekkers aanvaard zijn. In de religieuze zoektocht leer ik over mijzelf en is de waarnemer dezelfde als degene die wordt waargenomen. Daardoor is de inkleuring en de interactie tussen de waarnemer en dat wat wordt waargenomen erg sterk.

Ik zou dit graag met een voorbeeld willen illustreren. Als ik probeer te bestuderen hoe ik in slaap val, kan ik tot een bepaald punt opletten, maar daarna, omdat ik ga slapen, kan ik niet helder observeren. Daarom is het voor een mens onmogelijk om te ontdekken hoe hij precies gaat slapen. En natuurlijk is ook de invloed van het verlangen, vanwege het proces van de persoonlijkheid, veel sterker en dit tussen beide komen van de waarnemer in het observeren vormt een grote hindernis om de waarheid te ontdekken. In de religieuze zoektocht is er een gecompliceerde situatie waarin ik de waarheid wil ontdekken en ikzelf ook in de weg sta! Daarom is het nodig om degene die waarneemt zo volkomen te begrijpen dat dit tussen beide komen van iemands eigen verlangens, van iemands conditionering, ophoudt. Dit betekent dat het veel moeilijker is om in de religieuze zoektocht objectief te zijn dan in de wetenschappelijke zoektocht.

Hoe moeilijk het ook mag zijn, als we ontdekken dat het nodig is, dan moeten we dat ook doen. Maar jammer genoeg hebben we de religieuze zoektocht uit het onderwijs gehaald en leiden we de geest van onze studenten alleen naar het begrijpen van de buitenwereld, en negeren we het begrijpen van de innerlijke wereld van ons bewustzijn. Ik vind dat we op een nieuwe manier naar het onderwijs moeten kijken en mensen moeten opleiden die niet alleen de buitenwereld onderzoeken, maar ook de innerlijke wereld van ons bewustzijn bestuderen, zodat zij ook tot zelfkennis kunnen komen. Dus zowel kennis als zelfkennis moeten het doel worden van het onderwijs. En dit is mogelijk, want de twee verschillende richtingen van onderzoek zijn complementair. De uiterlijke wereld en de orde daarvan bestaan maar ook de innerlijke wereld en haar wanorde bestaan. Het onderzoeken van de uiterlijke wereld is op geen enkele manier in tegenspraak met het onderzoek van de innerlijke wereld. Als je wetenschap en religie in hun ware aard begrijpt, dan zijn het twee complementaire zoektochten naar twee aspecten van ťťn en dezelfde werkelijkheid, die zowel ruimte, tijd, materie en energie als bewustzijn inhoudt. Als wij ons specialiseren en zeggen dat we alleen het een en niet het ander begrijpen, dan hebben we een gedeeltelijk, fragmentarisch begrip van het leven en van de werkelijkheid en dit is de fout die we gemaakt hebben. Einstein, die misschien de grootste wetenschapper was van de 20e eeuw, heeft de beroemde uitspraak gedaan dat wetenschap zonder religie lam is en religie zonder wetenschap blind. We moeten dus een denkvermogen cultiveren dat tegelijkertijd zowel wetenschappelijk als religieus is; wetenschappelijk in de zin van rationeel en precies, en religieus in de zin van het komen tot liefde, mededogen, eerbied voor al het leven en een gevoel voor schoonheid. Als iemand alleen intellectueel is en het emotionele mist, kan hij een bikkelhard, koud monster zijn. Aan de andere kant als iemand het rationele mist, kan je een overdreven sentimenteel, neurotisch en emotionele persoon hebben en dat is ook een onevenwichtige toestand. Alleen wanneer deze twee samen gaan en er een evenwicht is tussen rede en liefde is er een mogelijkheid dat het een meer holistische en intelligente persoonlijkheid is.

 

Krishnamurti zei dat er geen intelligentie is zonder liefde en mededogen. Tijdens een voordracht in Bombay zei hij: stop je verstand in je hart, anders is het van geen enkele waarde. Dit zijn uitspraken over dezelfde waarheid, namelijk; dat we een denkvermogen moeten krijgen, dat tegelijkertijd wetenschappelijk als religieus is.

 

Vraag: Als de waarnemer degene is die waargenomen wordt, betekent dat dan dat ik me aan alles moet overgeven?

 

P.K.: Neen, ik zeg dat als je jezelf aan het waarnemen bent, de waarnemer niet verschilt van dat wat hij aan het waarnemen is. Daarom kleuren mijn verlangens, mijn oordeel, mijn overwegingen, mijn waarneming. Zoals ik zei, dat gebeurt ook in onze studie van de natuur, maar dan is het makkelijk om die belemmering ongedaan te maken en wetenschappers hebben een bepaalde methode ontwikkeld waardoor je zulke fouten kunt uitsluiten. Maar waar wij onszelf waarnemen, is het veel moeilijker om objectief te zijn. En ook kan dat wat iemand heeft ontdekt niet aan een ander worden overgebracht. Je moet dat wat een ander gevonden heeft als een vraag beschouwen en niet als een antwoord, want de kennis van de waarheid is niet de waarheid.†

En kennis werkt niet in op het bewustzijn; alleen het waarnemen zelf doet dat. Als je dus alle antwoorden van Krishnamurti kent, dan zul je alleen maar een professor in de filosofie van Krishnamurti worden en dat heeft niet veel te betekenen, omdat, tenzij je jouw bewustzijn bevrijdt van conflicten en zorgen, je geen diep religieus mens bent, je hebt de deugd niet in jouw bewustzijn ontdekt.

Dit is dus het echte probleem van de religieuze zoektocht. Ieder mens moet de waarheid voor zichzelf ontdekken, anders zal de wanorde in zijn bewustzijn niet ophouden. En dat is het wat in die zoektocht gedaan moet worden om orde te ontdekken. In de wetenschappelijke zoektocht bestaat die orde al. In de natuur is geen wanorde, dat is het voornaamste verschil.

 

Vertaling: EKB

Correctie Govert.